Building value

Blog

BIM optimaliseert uw proces

Door vooraf de verwachtingen in beeld te brengen en de BIM-ambities uit te spreken, wordt achteraf teleurstellingen voorkomen en het proces geoptimaliseerd. Als BIM-manager speel je hier een belangrijke rol bij. Je moet het gesprek aangaan en de juiste vragen weten te stellen. Vaak ligt een probleem niet in de eerste vraag. Het gaat erom dat je de vraag achter de vraag weet te vinden en dat die wordt beantwoord. Graag ligt ik u in deze blog een aantal uitgangspunten van onze werkwijze toe en leg ik enkele BIM-termen uit.

Werk met de tools die het beste bij uw werkzaamheden en proces passen

Tijdens het managen van een BIM-project proberen wij altijd iedereen in zijn of haar waarde te laten. We kijken naar de technieken en tools die nu beschikbaar zijn en waar elke partij het liefst mee werkt. Daar stemmen wij het proces op af. Want de techniek is slechts een hulpmiddel in het proces. Die kun je naar wens en behoefte inregelen en kan vaak al meer dan waarvoor het wordt ingezet. De uitdaging ligt juist in de factor mens. We streven ernaar om beter samen te werken in een BIM-proces en daarbij gegevens te hergebruiken, informatie niet dubbel uit te werken of toe te voegen en dat we uiteindelijke een volledig maakbaar 3D BIM-model kunnen opleveren dat gebruikt kan worden bij het ontwerp, de realisatie en beheer & onderhoud.

Maak vooraf heldere afspraken

Voorafgaand aan een BIM-project worden er eerst duidelijke en heldere afspraken gemaakt met de betrokken partijen. Die worden vastgelegd in een BIM-protocol. Vanuit het BIM-protocol worden eventueel praktische werkdocumenten gemaakt. Die kunnen dagelijks worden gebruikt, wanneer het 3D BIM-model wordt vervaardigd. Alle werkdocumenten worden gebundeld tot een BIM-dossier. Dit vormt de leidraad voor het BIM-proces.

“BIM bestaat voor 80% uit communicatie en voor 20% uit techniek.” – Robbin Breukink

Aspectmodellen

Alle betrokken partijen stellen een eigen 3D-model samen. Dit noemen we aspectmodellen. Wanneer alle partijen werken in software van dezelfde leverancier worden de 3D-modellen in het bestandstype van die leverancier uitgewisseld. Wanneer dit niet het geval is, wordt er gewerkt met een open standaard. Dit wordt Industrial Foundation Classes (IFC) genoemd. Bijna elk 3D-modelleringspakket kan een export maken naar dit bestandsformaat.

Samenwerken in één 3D-model

Het is ook mogelijk om met alle partijen gezamenlijk in een 3D-model te werken. Dit adviseren wij alleen te gebruiken bij interne samenwerking. Wanneer het ook voor extern wordt gebruikt zorgt dit niet alleen voor juridische onrust, maar moet de ICT-infrastructuur hier ook goed op ingericht zijn.

Coördinatiemodel

De aspectmodellen worden allemaal op hetzelfde nulpunt uitgewerkt. Een nulpunt is gebaseerd op coördinaten (X,Y,Z) en wordt vooraf bepaald. De BIM-coördinator voegt alle aspectmodellen samen tot een centraal coördinatiemodel. Die voert vervolgens een clashdetectie en een modelcheck uit. Dit betekent dat hij de software laat zoeken naar onderlinge afwijkingen en controleert of alle informatie aanwezig is en of die informatie voldoet aan de gestelde eisen.

Hard- en softclashes

Wanneer er een afwijking wordt geconstateerd noemen we dit een clash. Er zijn twee soorten clashes: een hard- en een softclash. Een hardclash is wanneer er geen sparing is gemodelleerd voor een leiding. De leiding raakt dan het element. Dit is dus een fysieke clash. Een softclash is een clash die vaak niet direct wordt geconstateerd. Denk hierbij aan een deur die dicht is gemodelleerd. Achter de deur bevindt zich een installatie-unit. In de praktijk zal deze deur dus tegen de unit draaien. Dit is vaak niet geoorloofd. Door slim te modelleren kunnen dit soort clashes worden opgespoord en uiteindelijk worden opgelost.

Een softclash van een draairichting van een deur met een constructieve balk.

BIM-sessie

De BIM-coördinator stelt een clashrapport samen. Die wordt tijdens een BIM-sessie besproken. Zo'n sessie vindt periodiek plaats. De frequentie kan per project verschillen. Met de betrokken partijen wordt dan besproken wie welke clash in het 3D-model moet oplossen en wordt de verdere voortgang afgestemd.

Level of Development (LOD)

De verschillende fasen in een BIM-project worden gedefinieerd in Level of Development (LOD) niveaus. In het BIM-protocol is een demarcatielijst van alle onderdelen toegevoegd. Per onderdeel is daarbij het LOD-niveau per fase en verantwoordelijke partij benoemd. Door te werken in LOD-fasen wordt dubbelwerk, doublures en fouten voorkomen. Er wordt van grof naar fijn gewerkt en elke betrokken partij voegt zijn informatie toe. Het uiteindelijke niveau is afhankelijk van de uitvraag. Er zijn verschillende interpretaties voor LOD-niveaus. Wij hanteren de volgende:

  • LOD 100 – Massa’s
  • LOD 200 – Functioneel, niet materiaalafhankelijk
  • LOD 300 – Materiaal specifiek
  • (LOD 350 – Aansluiten op partners voor uitvoering)
  • LOD 400 – Fabrikantspecifiek
  • LOD 500 – Beheer en Onderhoud
Analyses en simulaties

Gedurende de uitwerking van een project kan de informatie vanuit het 3D-model gebruikt worden voor het analyseren en simuleren van de planning en begroting. Daarnaast kunnen er betere ontwerpkeuzes worden gemaakt met betrekking op de maakbaarheid. Ook de opdrachtgever kan aan de hand van het 3D-model beter worden geïnformeerd over het eindproduct. Zo wordt het proces geoptimaliseerd, (faal)kosten voorkomen, de kwaliteit verbeterd en komt de opdrachtgever bij oplevering niet voor verrassingen te staan.

Geschreven door:

Jeffrey Wieldraayer

Jeffrey Wieldraayer

Teamleider