Building value

Blog

De gebruikersdoelen van BIM

Publicatie: Bouwen in het Oosten, juli 2015

Tijdens mijn voorgaande columns heb ik behandeld wat BIM is en waarom u niet meer om BIM heen zou willen. Deze editie wil ik het graag gaan hebben over het managen van verwachtingen van BIM door het vooraf kort en helder vastleggen van gebruikersdoelen.

Als meerwaarde van de werkmethodiek Bouw Informatie Modellering (BIM) wordt er vaak aangegeven dat het gemakkelijk is om hoeveelheden uit te trekken, een begroting op te stellen, een planning te visualiseren of alle informatie in het 3D-model te verwerken voor beheer en onderhoud. In de praktijk blijkt dit toch niet altijd even eenvoudig te gaan. Waarom is dat zo?

Dit komt omdat er vaak direct wordt begonnen met het opzetten van een 3D-model, zonder eerst goed na te denken wat er uiteindelijke uit het 3D-model moet worden gehaald. In een 3D BIM-model wordt verschillende informatie hergebruikt en aan elkaar gekoppeld. Als er later wijzigingen worden aangebracht dan kan dit leiden tot onjuistheden of onvolledigheid. Als er aan het begin niet goed wordt nagedacht over wat er uiteindelijk uit het 3D-model moet worden gehaald zou u voor teleurstellingen kunnen komen te staan. Dan zult u ook de echte meerwaarde van BIM tijdens de uitwerking van het project niet ervaren. 

Hoe kunt u dit voorkomen?

Bij BIM geldt de regel: “garbage in = garbage out”. Dat betekend dat wanneer u verkeerde, onvolledige of onnauwkeurige informatie in het 3D-model stopt u er ook van uit kunt gaan dat u niet de juiste output ontvangt. Dit wordt voorkomen door vooraf heldere afspraken te maken over welke informatie op welk moment in het 3D-model aanwezig moet zijn. Daarbij is het van belang dat wordt afgesproken wie deze informatie toevoegt, wie de informatie controleert en op welk niveau deze informatie wordt uitgewerkt. Dit noemen wij het definiëren van gebruikersdoelen. Door het omschrijven van de gebruikersdoelen kan de aan input zijde gestuurd worden op de output en zult u achteraf niet voor verrassingen komen te staan.

Om ervoor te zorgen dat de vooraf gemaakte afspraken ook daadwerken op operationeel niveau worden uitgevoerd is het raadzaam om van uit de strategische documenten operationele en praktische werkdocumenten te genereren. Die helpen uw organisatie bij het sturen op kwaliteit. 

Level of Development (LOD)

Over het niveau van detaillering zijn bij BIM ook verschillende inzichten. Bij BIM wordt het niveau van detailleren aangegeven in Level Of Development (LOD). Dit geeft het ontwikkelingsniveau van uitwerking van het 3D-model aan. 

Er zijn hierin vijf stappen. 

  • LOD 100 beschrijft een massa. Dit is ongeveer te vergelijken met een Schets Ontwerp;
  • LOD 200 is een functionele uitwerking, maar is niet materiaalafhankelijk. Er is dan bijvoorbeeld nog niet aangegeven of een kozijn in kunststof of hout wordt toegepast;
  • LOD 300 staat voor onderdelen die al zijn uitgewerkt en de omschrijving van materialen bevatten;
  • LOD 350 is een tussenstap. Die wordt bij sommige projecten toegepast voor het toevoegen van informatie voor partners in de uitvoering;
  • LOD 400 bevat fabrikant specifieke informatie;
  • LOD 500 is het revisiemodel dat gebruikt kan worden bij beheer en onderhoud. 

Van alle onderdelen moet vooraf worden vastgelegd in welk LOD niveau deze moeten worden uitgewerkt. Niet alle componenten hoeven ook te worden uitgewerkt. Het gaat erom dat de vooraf gedefinieerde informatie uit het 3D-model kan worden gehaald.
Een plint heeft vaak alleen een afwerkingsfunctie. Deze zijn kant en klaar te koop en het loont niet om die prefab aan te leveren. Het is daarom niet raadzaam om veel tijd en energie te stoppen in het uitwerken van plinten, maar op een slimme manier toch de lengtes van de plinten uit een 3D-model te kunnen halen. Door de perimeter van de vloeren te bepalen en daar alle wandopeningen die zich op het peil bevinden vanaf te halen kan zeer nauwkeurig bepaald hoeveel strekkende meters plint u moet bestellen. Daarbij moet u natuurlijk zelf wel rekening houden met zaagverliezen. Het is ook mogelijk dat u dit automatisch berekend, maar dan zult u hiervoor zelf wel slimmigheden moeten bedenken. Daarmee wil ik ook aangeven dat niets vanzelf gaat, maar dat bouwen wel mensenwerk blijft.

Daarnaast zou u een werktuigbouwkundige installatie bijvoorbeeld wel gedetailleerd en exact willen uitwerken, omdat deze precies in de technische ruimte moet passen. U kunt er dan voor kiezen om deze uit te werken tot LOD 400 niveau. Naast het toevoegen van de fabrikant informatie geeft het 3D-model u dan u direct inzicht in het wel of niet passen van de installatie in de ruimte. 

Ik wil u hiermee aangeven dat wanneer u wilt gaan starten met het uitwerken van een 3D-model u eerst met uw partners om tafel moet gaan om te bepalen welke informatie u op welk moment nodig heeft. Hou dit praktische en maak het werkbaar, want zoals ik in mijn eerdere column al eens heb aangegeven: Houdt BIM eenvoudig. Maakt het dus niet te moeilijk voor u zelf, uw collega’s en uw bouwpartners. 

Geschreven door:

Robbin Breukink

Robbin Breukink

CEO